Met een paar oud-studiegenoten komen we nog steeds een aantal keer per jaar bij elkaar. Wat we delen in deze groep is de behoefte om in gesprek te zijn over maatschappelijke vraagstukken èn interesse hebben in persoonlijke ontwikkeling. We begonnen ooit als een hele serieuze studiegroep en zijn we niet persé een gemakkelijke combinatie van mensen. We kunnen het heel erg oneens zijn en discussies voeren waarin uiteindelijk iemand zo emotioneel wordt dat hij/zij niet verder kan en afhaakt of echt aanvallend wordt. Dit leidt dan tot groepsdynamieken, waarbij we in het verleden af en toe aardig vast zaten. Behoorlijk frustrerend. Inmiddels hebben we een weg gevonden. Wat bij ons blijkt te werken is de ‘cirkelmethode’.
Basisspelregels:
- Iedereen komt om de beurt aan het woord, we gaan het kringetje af, we reageren tussendoor niet op elkaar;
- Als je spreekt dan spreek je vanuit jezelf, je mag hardop denken. Je richt je boodschap op het midden van de cirkel (niet tot iemand persoonlijk). De anderen luisteren met hun volle aandacht. Je krijgt een bepaalde spreektijd per persoon, één iemand houdt de timer daarvoor bij. Je hoeft je spreektijd niet te vullen, maar als je tijd op is dan stop je sowieso.
- We starten met een vraag die past bij het thema. Zo doen we één of meerdere rondes, waarbij er in latere rondes wel gereageerd wordt op elkaar, maar nog steeds vanuit je eigen plek: je zegt wat de inbreng van de ander met jou doet. Zelfs als je vol in je oordeel schiet. Onderweg in de rondjes verandert soms de vraagstelling omdat er vanuit meerdere mensen een gemeenschappelijke nieuwe vraag ontstaat of een inzicht dat verder onderzocht wordt.
- Het resultaat is dat er in ons midden een soort soep ontstaat. Iedereen draagt door zichzelf in te brengen bij aan de soep. De soep als geheel voedt ons allen.
- De betekenis van de ‘soep’ hoeft niet voor iedereen hetzelfde te zijn: er is geen gezamenlijke eindconclusie. Om de waarde van de rondes gedeeld te maken sluiten we vaak af met een check-out vraag: Wat heeft dit jou gebracht? Waar ga je mee weg? Wat neem je mee uit dit gesprek dat waardevol voor je is?
Het is misschien even wennen, maar onze ervaring is dat de kwaliteit van onze gesprekken gauw omlaag gaat als we de spelregels laten verslappen.
In vergaderingen en in gesprekken met het gezin kan je een vergelijkbare methode toepassen, maar als je samen iets moet doen dan is het natuurlijk wel handig om met een duidelijke afspraak weg te gaan. Zie hiervoor spelregels voor transitie.
Een voorbeeld van een cirkelgesprek
Tijdens COVID hadden we een online ontmoeting met onze vriendengroep over de vraag: ‘Hoe weet ik dat ik leef?’
A: dat je gewoon bent, niet bezig met piekeren over gisteren of morgen. Het is gewoon Nu. Dan weet ik wat voor mij belangrijk is, wat me te doen staat. Alertheid, helderheid. Toen mijn vriend net overleden was kon ik dat heel goed voelen.
B: als ik liefde voel, ook op mijn werk, ook als ik fouten maak, dat ik liefdevol wordt gestut. Hoe voel je dan liefde – dat is zo basaal dat kan ik eigenlijk niet beantwoorden. Dat is altijd aanwezig – ongrijpbaar – niet te snappen hoe ik het voel.
C: beweging – afwezigheid van dingen die dicht zijn. Verkrampt zijn. Immobiel zijn. Want dat is niet-leven. Leven is als er iets verandert: ademen, naar buiten. Dit gesprek. Dan verandert er iets. Als ik freeze voel dan verdwijnt het leven uit mij. En daarmee ook het vermogen om relatie met elkaar te kunnen hebben.
D: ik heb een focus op freeze daardoor leef ik niet. Ik ben heel erg tegen verandering. Ik ben altijd bang dat dingen veranderen, straat, huis, werk. Emotioneel tegen. Ik denk: ‘Eerst dit af en dan kan ik leven’. Maar het is nooit af. Soms heb ik wel even het gevoel dat ik leef. Liefde – zijn – leven is iets tussen mensen. Terwijl ik daar wel op gefocust ben. In veel interacties die ik met mensen heb lukt het me toch niet om te verbinden. ‘Leven is vakantie op aarde’.
E: als je in verbinding bent met verschillende lagen, verkrampt in de hersenspinsels in je hoofd of verbonden.
2e ronde met als vervolgvraag: Wat roept dit op, wat doet het met jou?
A: Verrijking van elkaar. In de beelden zit een soort kern, dat is een verrijking van mijn eigen beeld. Is goed om hier woorden aan te geven. Praten in rondjes is een verrijking op zich. Stilstaan bij de verschillende manieren van praten en hoe we dat ervaren. Gesprek over de vorm. Samen het goeie gesprek voeren, dat zijn we aan het doen.
B: Over de schoonheid en de troost.
C: Reflectie op, woorden geven aan. Als een caleidoscoop: voor het omdraait komt het heel dicht bij elkaar. Allemaal een plek. Ik heb niks gehoord waar ik niks mee kan.
Een paar extra redenen voor deze gespreksvorm
Spreken in een cirkel is spreken vanuit je plek in het grotere geheel: als je aan de beurt bent spreek je vanuit je hart, je kan vertrouwen dat de woorden zich aandienen. De stem van iedereen kan in de ruimte klinken tot zich iets vormt uit de resonantie van alle stemmen.
De strakke vorm opent een veilige ruimte voor iedereen: je hoeft niet te winnen of verliezen, je hoeft niet alert te zijn om je spreektijd te veroveren, je hoeft niet verantwoordelijk te zijn voor de uitkomsten van het geheel want die ontstaan.
Je mag verschillen, en hoeft het niet eens te worden, dat geeft ruimte en maakt het makkelijker om het eens te worden
Wat er verandert door deze gespreksvorm is dat je persoonlijk ruimte krijgt om jezelf te zijn en kan ervaren wat er gebeurt met je inbreng in de groep. Je bijdrage wordt gespiegeld en deel van een groter geheel: een ‘soep’ die niemand alleen had kunnen maken, maar iedereen verrijkt.
De spelregels zijn anders dan de gespreksvormen waarmee we opgegroeid zijn, dus je wordt voortdurend uitgedaagd: kan ik deze spelregel nu accepteren? Soms vind je dat jouw mening op dat moment zo cruciaal is dat je er toch wat doorheen wil roepen, de ander aan wil vullen, etc. Dat is dus niet de bedoeling en als je dat niet doet dan kan je leren wat er gebeurt als jij nou eens niet reageert zoals altijd. Dat ervaar ik als heel leerzaam, want ik zie dat dingen zich in de cirkel oplossen voor ik weer aan de beurt ben. Dat geeft vertrouwen in de groep en leert mij om me niet verantwoordelijkheid te voelen voor de dingen waar ik niet verantwoordelijk voor kan zijn.
De stricte grenzen van deze werkwijze maken juist de veilige bedding voor iedereen om zichzelf in te brengen. Omdat er niet gereageerd mag worden èn je vanuit jezelf moet spreken wordt het makkelijker om echt te zeggen wat er in je omgaat en heb je meestal voldoende tijd om de woorden van anderen te overdenken voor je aan de beurt bent en kan zeggen wat het met jou deed. In een gewone discussie is het vaak moeilijk om in verbinding met jezelf en de ander te blijven. Dan vlucht je naar je binnenwereld waarbij je jezelf niet meer inbrengt, of je probeert in een aanval de ander te laten weggaan/te overtuigen. Dat spel van duwen en trekken verdwijnt in de cirkel-practice.
Het is soms even oefenen, maar ik heb gemerkt dat hoe duidelijker iedereen zichzelf inbrengt, hoe flexibeler het geheel wordt. In de verbinding met het midden van de cirkel, waar de woorden naar gericht zijn begint het te bewegen, de soep begint te borrelen en transformeert ieders inbreng tot iets nieuws. Eet smakelijk!


