Ik wandel met vrienden, het is winter. We lopen in de buurt van Doorn door een drassig weiland vol plassen. Het is een graad of 5. Ik voel de onbedwingbare behoefte in me op komen om mijn laarzen uit te doen. Het ongemak neemt toe, moet ik hier naar luisteren? Ach welja, ze kennen me al 25 jaar, ik vraag niks van hen, dus dit kan er ook nog wel bij. Ik trek mijn laarzen en sokken uit en stap in de koude modder. Mijn voeten zakken een eindje weg, de zachte modder komt tussen mijn tenen omhoog zetten. Alles glijd van me af, spanning verdwijnt uit mijn hele lijf. Alle cellen in mijn lichaam gaan ‘aan’. Ik slaak een diepe zucht – ah – eindelijk thuis.
Mijn modder-fascinatie laat op meerdere momenten van zich horen. Ik wandel met mijn gezin door een nat Brabants bos met wandelpaden vol plassen en modder: verzaligd doe ik mijn schoenen en sokken uit en loop kilometers op blote voeten.
Een vriendin heeft het helemaal begrepen en wijst me liefjes op een enorme modderpoel naast het pad op een Veluwse wandeling. Ik zak een halve meter weg in iets wat voelt als hemelse modder.
Mijn modderbelevingen zijn sensueel: het is een liefdesspel met de aarde. Mijn tenen, voeten en kuiten worden gestreeld door een zachte structuur, mijn yoni voelt de stroom van leven toenemen. Ik voel spanningen van mijn schouders en rug glijden. Ik word deel van haar en zij van mij, we stromen in elkaar over.
Een zoektochtje op internet vertelt met dat een mens je negatieve ionen aantrekt en positieve afvoert als je met blote voeten op de aarde staat. Dit verlaagt het stressniveau in je bloed, reguleert je hartritme, vermindert ontstekingen en werkt slaap-bevorderend. Ik vind het leuke informatie, maar vind niet echt iets oer de zintuiglijke wisselwerking tussen ons lichaam en de aarde, behalve dat onder onze voetzolen zo’n 200 zenuwuiteinden per vierkante centimeter zitten. Ik neem het zoals het komt en vertrouw de wijsheid van mijn lichaam, die zenuwen zullen daar wel niet voor niets zitten.
Inmiddels ben ik nog een laagje dieper in de modder gezakt. Mijn voeten zijn gevoelige wezens, in een blijvend gesprek met de aarde onder mij. Ik voel me het land, de rivieren, het zand, de klei. Aan de kust voel en hoor ik hoe de zee en het land een dialoog voeren met elkaar. De zee kust het zand en dringt er in door. Het zand knispert en rolt en spoelt spelend mee in de terugtrekkende golven. Water en zand maken zandribbels met waterplasjes er tussen. Wat dieper onder de oppervlakte blijft deze stroming voelbaar: water en zand zijn ook daar in gesprek. Als ik terug loop en de eerste duinenrij over steek voel ik de zachte, zoete waterbel die drijft op het zoute water dat met haar vingers onder de duinen door reikt. Het zoete water heeft een andere kwaliteit: het geeft me een blij gevoel, mijn lichaam gaat er van zingen, neuriën, schitteren. Mijn cellen en weefsels dijen uit van het water-gevoel. Hier is stroming, hydratatie: Leven.
Nederland is een land van modder, een overgang tussen vaste grond en water. In gesprek met Nederland is in gesprek met modder. Praat je mee?


