Toen ik vertrok bij de Rijksoverheid sprak ik nog één keer af met een collega van een ander departement. Dit kopje koffie bleek het begin van een avontuur dat mijn leven veranderd heeft. Stap voor stap opende zich een poort naar een andere wereld, de wereld van een Nederlandse oergodin: Nehalennia.
Proloog
Eén van mijn maatjes binnen de Rijksoverheid vraagt me waarom ik na mijn burn-out niet meer terug kom en wat ik dan ga doen. We drinken een kopje koffie. Ik vertel dat ik gefascineerd ben door voedsel. Ik heb het boek van Carolyn Steel gelezen over de hongerige stad. Dit heeft me herinnerd aan de relatie tussen stad en land en de afhankelijkheid van de stad omdat voedsel van buiten moet komen. Ik kijk met de blik van de ‘energieke ambtenaar’ naar Den Haag en ik zie in het systeem van de stad geen relatie met het platteland of de aarde waar ons eten uit komt. Eten komt uit de supermarkt of koop je in een (fastfood)restaurant. Dat is in ieder geval wat je ervan ziet in de stad.
Het platteland is een ander verhaal. Wat ik daar van weet: daar ploeteren de boeren voor een veel te laag inkomen en tegelijkertijd maken de boeren het landschap steeds efficiënter en blijven de meesten maar gif en kunstmest gebruiken. Het biologisch boeren wat zo logisch zou zijn is nog steeds marginaal. Mijn kennis vertelt me dat ze een nieuwe opdracht heeft: ze gaat de voorbereidingen doen voor de volgende ronde van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Elke vier à vijf jaar wordt een nieuwe set afspraken gemaakt over de manier waarop de Europese Unie de boeren financieel ondersteunt. Ik vraag haar hoe ze de verschillende delen in zichzelf verenigt tot één geheel: ze is boerendochter en haar vader is praktiserend gangbaar akkerbouwer, ze gaat helpen Europees beleid te maken waarin verduurzaming een belangrijke opgave is en ze doet veel energetisch en systemisch werk. Ik vraag haar hoe het voelt – wat is de verbindende factor hierin – vanuit welke kern ga je dit doen? Ze is even stil en antwoord dan: dat is een goede vraag, zullen we samen eens naar de boerderij van mijn ouders gaan?
Eind augustus dat jaar reizen we samen naar Zeeuws-Vlaanderen. In de auto erheen bespreken we nog een keer onze intenties: we zien deze dag als een onderzoek naar het systeem, een soort opstelling. Ik kom uit de stad en we brengen stad en land bij elkaar. We willen weten wat daar speelt op verschillende lagen van het systeem: hoe is de relatie, wat voor emoties spelen er en hoe kijken we aan tegen de inhoud?

Eerste bezoek
We worden hartelijk ontvangen door haar ouders. Wat stug en onwennig doen we een eerste kennismaking. Na de koffie en een heerlijke Zeeuwse bolus krijg ik een rondleiding over het erf. Ik hoor één en ander over hoe de familie hier is komen wonen en hoe het historische erf in ere is gehouden. De boerin is politiek actief geweest en heeft zodra dat kon met de kinderen altijd gewerkt om de boerderij financieel mogelijk te maken. Haar inkomen was nodig om het huis en de historische gebouwen op te knappen. Verder was ze heel actief in de streek. Ze legt uit hoe het is voor boeren: “Ons geld zit in de grond”. Op papier zijn we miljonair, maar in de praktijk brengt een akkerbouwbedrijf als dit nauwelijks voldoende inkomen op om een gezin van te onderhouden.
“Ja, je hebt goede jaren als de prijzen hoog zijn en je toevallig mazzel hebt met het weer, maar er zijn ook jaren waarbij de kosten voor het oogsten van de uien hoger zijn dan wat ze opbrengen. Dan moeten we ze onderploegen. Dat is zuur als je er een heel seizoen voor gewerkt hebt”.
In de grote oude schuur word ik uitgenodigd om te zeggen wat ik hier voel. Ik ben wat verbaasd, maar begin te spreken. Over mijn lippen rollen woorden die ik zelf niet heb bedacht. Ik spreek over de familie, hoe het meisje zich voelt dat hier vaak komt. Buiten in de tuin laten moeder en dochter me verschillende bomen zien. Weer rollen er woorden uit mijn mond die ik niet zelf bedenk, er is één boom bij die via mij wil spreken en vertelt hoe ze de familie beschermt en wat ze nodig heeft van de familie.
Aan het einde van de dag bezoeken we nog de kruidentuin. Het is een klassieke kruidentuin, ingedeeld met heggetjes met grind ertussen. Naast de tuin houdt een hoog oprijzende Es toezicht. Ik stap door de boogvormige opening in de heg en ik heb het gevoel een andere wereld in te lopen. Het lijkt alsof het achter deze poort twee keer zo licht wordt. De vrouw des huizes kijkt me aan en ziet mijn verbaasde gezicht. Ze zegt: ‘als ik hier zit dan hoor ik altijd ‘Nehalennia’.
Het klinkt mysterieus, ik heb geen idee wat ze bedoelt en vind het na alle gekke dingen die ik gezegd heb mezelf al onbeleefd genoeg. Dus ik vraag niet door.

Heilige plek?
Als ik die avond thuiskom gonst het woord Nehalennia door mijn hoofd. Ik begin te googelen en kom erachter dat dit de naam is van een Godin die in de Romeinse tijd werd vereerd. Ik voel weerstand tegen de informatie die ik vind, allemaal votiefstenen en beelden van een tempel uit de Romeinse tijd. Ik graaf dieper en kom erachter dat de Romeinen een overwonnen volk de ruimte lieten om hun eigen goden en godinnen te vereren, mits dat op Romeinse wijze gebeurt. Zo zijn er stenen tempels verrezen en de gewoonte om dankstenen (votiefstenen) aan de godin te offeren. Vaak met economische bijbedoelingen, bijvoorbeeld als de godin je als handelaar naar Engeland een goede overtocht en terugkeer had gegeven.
Er komt een bizarre gedachte in me op: op deze boerderij is een heiligdom van Nehalennia geweest en ze ligt daar te slapen in de plooien van de tijd! Toch weet ik het vrij zeker: dit is een heiligdom van vóór de Romeinen, op de overgang van land en water, in de voormalige kreek van de Westerschelde. Het is aan ons om haar te wekken… De dag erna schrijf ik met trillende handen een mail aan moeder en dochter van de boerderij. Ik voel me belachelijk, maar verstuur de mail toch, het moet gewoon, dan vinden ze me maar gek of brutaal.
De dames reageren heel vanzelfsprekend op mijn mail. Ja hoor, kom maar terug dan gaan we haar samen wekken.

Tweede bezoek: Nehalennia rijst op
31 oktober 2014 staan we opnieuw samen in de kruidentuin. Ik heb mijn drum meegenomen. De boerin heeft kristallen glazen gepakt om mee te tingelen. We neuriën zachtjes. Terwijl we dit doen voel ik hoe we samen een andere werkelijkheid binnengaan. Ik zie de plooien van de tijd, in een vouw ligt een vrouwengedaante te slapen als een soort Sneeuwwitje. We zingen klanken voor haar, een gebed voor Nehalennia.
Voor ons verschijnt een gedaante, mijn denk-hoofd blijft commentaar leveren: “Wat verzin je nu weer”. Ik laat deze gedachte naar de zijkant van mijn brein glijden, ik voel hoe de andere twee met me zijn. Later blijkt dat zij inderdaad hetzelfde visioen hebben gevoeld. De gedaante die ik zie, zie ik als een blauwwitte doorzichtige vrouw. Een jonge vrouw, ze heeft een lange rok aan en een pellerine (schoudermanteltje), net als op de afbeeldingen uit de Romeinse tijd. Ze loopt eerst naar de moeder, bij haar gaat ze op schoot zitten en ze dankt haar voor de goede zorgen, voor het hoeden van de heilige plek. Dan komt ze voor mij staan: ze glimlacht naar me en neemt mijn handen in de hare. Ik voel een soort herkenning over en weer. Nehalennia kijkt me diep in de ogen en neemt me zwijgend aan als de hare.
Er gaat een golf van energie door me heen, ik begin te trillen en te schudden. Ik sta letterlijk te schudden op mijn grondvesten. Mijn vriendin pakt mijn handen vast, we vloeien samen tot één grote bol. Zij wordt de aarde, ik word de hemel boven haar. Even hoor ik op de achtergrond nog het tinkelen op de glazen, maar dan word ik verder opgenomen in het visioen. Ik ben een blauwe mantel in de kleur van Maria en er vallen bloemen uit de mantel. De aarde is niet alleen het kleine plekje hier waar we op staan, maar het hele zeekleigebied van Zeeland, Brabant, Zuid-Holland en een stuk Vlaanderen in. Dit is het gebied van Nehalennia, hier werd zij vereerd, zij was het land en het land was zij. De bloemen uit mijn mantel vallen op de aarde en maken haar vrij, heel, gezond.

Een opdracht
Ons visioen verschuift, we zien een boer op de akker lopen, hij plant met heel veel liefde een zaadje. Zijn hart ligt bij het zaad en de bodem, hij eert de bodem met zijn liefde en dankbaarheid voor wat hier wil groeien. Uit het zaad groeit een boon, net als in het verhaal van de wonderboon groeit de boon enorm snel de hemel in. Mijn brein bemoeit zich er weer mee: wat een cliché-visioen is dit nou weer?! Ik schuif het commentaar ter zijde en zie hoe de boer naast de boon op het land gaat zitten. Een klein deeltje van de ziel van de boer splitst zich af en klimt in de boon omhoog. Onderweg krijgt de boer honger. Toevallig zijn de peulen aan de boon net gevormd en ze openen zich. De boer eet van de bonen in de peulen. Hij weet zich gevoed. Met een heerlijk zacht en dankbaar gevoel gaat de boer liggen op een blad van de boon en koestert zich in de zon. Hij weet zich gevoed en valt in slaap.
Als hij weer wakker wordt klimt hij naar beneden en komt het kleine stukje boer weer bij de grote boer in de akker. Ze verenigen zich. De boer staat op, rekt zich uit en kijkt om zich heen. Hij ziet eindeloze akkers, maar aan de horizon zijn de contouren van een stad te zien. Hij hoort: in saamhorigheid gingen zij verder.
Ik hoor de vogels in de tuin, de belletjes van de kristallen glazen zijn opgehouden. We zijn klaar. Ik sta nog steeds te schudden en krijg een stoel aangereikt. Ik zijg neer in de stoel en ontspan me. Ik zal nog enkele dagen spierpijn hebben van deze ervaring, zoveel energie is er door me heen gegaan. Verder ben ik vooral dankbaar en verbaasd over de kracht en echtheid van deze ervaring. Ik ben er vol van en kan er nauwelijks met mensen over praten. Mijn rationele brein vindt hier van alles van. En het voelde óók alsof ik dit is wat ik te doen heb. Dit was vervullend, betekenisvol en deel van mijn zielentaak.

Gevolgen in mijn leven
De zinnetjes ‘je gevoed weten’ en ‘in saamhorigheid gingen ze verder’ staan sindsdien vooraan in mijn gedachten. Het blijkt gevolgen te hebben voor de dingen die ik doe in het dagelijks leven, de ‘gewone’ wereld. Er komen vragen op, herinneringen. Ik sta bijvoorbeeld in de Ekoplaza waar ik mijn biologische brood koop en vraag me af waar het graan voor dit brood eigenlijk vandaan komt. Eerder was het een beetje een abstract beeld dat brood natuurlijk van graan gemaakt was, maar nu zie ik het echt voor me: ik zie de wuivende gouden graanvelden, ruik de aarde, zie de zon op het gewas, de hele cyclus van zaaien tot oogsten, de goede zorgen van de boer. Ik voel de dankbaarheid voor de aarde, het gevoel van rijkdom als je je vingers door een enorme voorraad graan laat gaan. Elke korrel gevuld met voedzame materie en zonnekracht, als goud. Het verwerken van deze korrels tot meel en brood voelt als een heilig proces.
Ik doe navraag in de Ekoplaza omdat ik ècht wil weten waar ‘mijn’ graan groeide. Het blijkt niet te achterhalen, want het wisselt van jaar tot jaar, meestal uit Frankrijk en Duitsland. Ik merk dat ik heel anders reageer, ik heb verdriet als ik hoor dat ‘mijn heilige graan’ anoniem is, uit onbekende grond en dat er ondanks de biologische herkomst een heel industrieel verwerkingsproces zit tussen mij en de aarde waar het graan groeide. Dit was een eerst proeve van de werking van Nehalennia in mijn leven: een enorme emotionele betrokkenheid bij mijn eten, een gevoel van heiligheid en diepe dankbaarheid voor alles wat de aarde ons geeft.
Ondanks mijn ongemak vertel ik het verhaal aan allerlei mensen. In deze beginperiode voel ik me heel bijzonder, wie maakt er nou zoiets betekenisvols en heiligs mee? (een heleboel mensen zo blijkt later) Ik ben in dienst genomen door een Godin. Ik voel erkenning; iets waar ik altijd zo naar verlangde. Ik ben ook blij en dankbaar voor de magie, de diepere laag die ons hier aanraakte. Het magische waar ik altijd gevoel voor heb gehad blijkt te bestaan! Er is echt een andere wereld en de dingen die je daar mee maakt zijn echt en van betekenis voor de ‘gewone wereld’.

De steen van Nehalennia
De dagen vliegen voorbij, ik doe de ‘gewone’ dingen en begin december zit ik bij de houtkachel te mijmeren. Ik vind het wel jammer dat er al een tijdje geen magische dingen zijn gebeurd. Ik laat me afleiden door mijn laptop en daar vind ik een mailtje dat zojuist is binnengekomen. Een kennis van vroeger mailt me dat een vriendin van haar een Nehalennia-steen heeft. Of ik geïnteresseerd ben?
Ik maak een rondedans door de kamer: ik krijg een Nehalennia-steen, ik krijg een Nehalennia-steen! De steen komt van de bodem van de Oosterschelde. In de jaren ’70 werden er in een bepaalde laag van de altijd schuivende platen in Oosterschelde een heleboel stenen opgevist. Ze kwamen bij vissers in de netten. Hier kwamen opnieuw votiefstenen voor Nehalennia boven water. Op dezelfde plek kwam ook ‘mijn’ steen boven water. De visser betaalde daarmee een Zeeuwse dokter. De kleindochter van die dokter had de steen in haar tuin, maar ging nu verhuizen en kon de steen niet meenemen. Ze waren op zoek naar een goede plek.
In februari werd de steen bij mij thuis gebracht. Een enorme zware steen, we droegen haar met vier vrouwen door het huis naar de tuin. Daar had ik een plekje vrij gemaakt. We zagen deze komst van Nehalennia als een grote eer. We waren met vijf vrouwen, waaronder mijn moeder en mijn dochtertje van vier. We brachten de steen naar haar plek. Zodra de steen de grond raakte werd er een verbond gesloten. Er was een soort grote ‘magnetische’ klik waarmee de steen op haar plek kwam. Ze stond meteen goed en ik zag hoe de steen zich verbond met een grote kabel onder de grond, een kabel vol wit-blauw licht. De buitenkant van de kabel was op heel veel plekken bedekt met een dikke laag stof. De kabel zelf had een soort schubben/vezelige structuur aan de oppervlakte.
Sinds dit moment heeft de steen invloed op mijn leven. Ik ging er af en toe bij zitten en ervoer een grote kracht uit de steen. Elke dag als ik op de bank zat met mijn kop koffie dan hoorde ik haar aanwezigheid. Kom, kom bij me, kom je thuis? Ik vond het een grote steun, maar was ook bang. Wat zou er met me gaan gebeuren? Ik kan toch niet zomaar alles achter me laten? Mijn rationele werk, gesprekken met ambtenaren? Vraag je van me om mijn leven om te gooien en priesteres van Nehalennia te worden? Hoe dan – weet je wel hoe de wereld er nu uit ziet? Dit geloven mensen toch niet?

Een weefsel in de aarde
Maar niets was minder waar. Ik kwam steeds weer vrouwen en later ook mannen tegen die de voelden dat ik iets waarachtigs had ervaren, die nieuwsgierig waren en ook wel eens wilden voelen bij de steen. De heling en liefdevolle aandacht die ik ontving uit de steen wilde ik graag delen, ik zag zoveel mensen die dat nodig hadden. Ik nodig dus vaak mensen uit om even bij de steen te komen zitten en hun eigen gevoel daar te volgen. De één na de ander komt hier met bijzondere ervaringen vandaan. De steen is een poort naar een andere wereld, een wereld van verbinding en eenheid met het land. De wereld van ‘Je gevoed weten’ en ‘Saamhorigheid’. De wereld van Nehalennia – Godin van Moeder Aarde.
Een nieuwe tocht naar Zeeland, we stoppen op de terugweg bij een grote steen in een dorp. Mijn vriendin wil hier ‘even voelen en kijken of we iets te doen hebben’. Het is een grauwe bewolkte dag. De zwerfkei ligt er nog niet zo lang, het is echt geen oeroude plek, toch gaat er iets ‘wijs’ van uit. We staan naast de steen en maken met onze handen en harten contact. Ik zie een poort opengaan, onder deze steen zie ik een grote kabel: grauwig en grijs ligt die er, een vergeljikbare kabel als onder ‘mijn’ steen. Deze is stoffig. We vegen de kabel schoon, het stof vliegt op en er onder zien we een lijn uit oude tijden. We beginnen zachtjes te neuriën en roepen Nehalennia aan in ons hart. Op dat moment breekt de zon door en valt er een straal precies op de steen. We zien hoe het licht doordringt door de steen en zich verenigt met het licht in de kabel. De kabel licht op en geeft een blauwwit licht af, er ontstaat een kolom vanuit de kabel omhoog door de steen de hemel in. Een krachtbron voor het land!


