Transitie vraagt een fundamenteel andere benadering op alle fronten. Vaak hebben we het bij veranderingen over een ‘theory of change’. Een theorie is een model dat we in ons hoofd hebben over de werkelijkheid. Dat is problematisch bij het denken over transitie, want een model in ons hoofd heeft de neiging de wereld van buiten en van boven te bekijken, terwijl we er zelf min of meer buiten lijken te staan. En… we hadden nou juist geconstateerd dat transitie gaat over het herstel van onze verbindingen met het Leven. Dat betekent dus dat we niet van buitenaf en van bovenaf naar transitie kunnen kijken, maar dat we van binnenuit, vanuit onze eigen deelname aan het Leven mee vorm geven aan transitie. Het gaat kortom niet om ons perspectief op de werkelijkheid, maar ons perspectief in de werkelijkheid. We zijn zelf deel van de veranderingen in denken en doen en met name onze praktijken, onze persoonlijke ervaringen en de stappen die we daarin zetten zijn bepalend.
Mijn practise of change bestaat uit zes stappen of realisaties. In dit artikel beschrijf ik ze samen zodat je een beeld krijgt van de hele practise. De links verwijzen naar concrete voorbeelden uit mijn eigen praktijk.
1. Deel van het systeem
Het systeem is het uitgangspunt en we zijn daar allemaal deel van. Het systeem bestaat uit al dan niet georganiseerde mensen die handelen in een onderling stelsel van verbindingen en daar continu reageren op elkaar. Transitie vindt plaats in dit complexe weefsel, niemand kan zich onttrekken aan het stelsel van verbindingen om haar heen, niemand heeft ‘de draaiknop’ vast die het systeem in één keer om kan zetten. In de geschiedenis zijn machtsverschillen ontstaan, waardoor bestaande structuren de neiging hebben zichzelf in stand te houden en vernieuwende vormen tegen de stroom in moeten roeien. Zo worden we in het weefsel van verbindingen om ons heen beïnvloed door het grotere geheel. We zijn ook zelf mee vormgever van het systeem. Ik zie ieder voor me als een kruispunt in het weefsel. Vanuit onze acties en de verbindingen brengen we het geheel in beweging. Als we met meer en meer mensen dezelfde kant op bewegen dan beweegt het hele weefsel mee en verandert het systeem.
Handelen als deel van een systeem is coherent met handelen zoals de natuur dat doet: een ecosysteem bestaat uit een stelsel van onderlinge verbindingen, organismen die reageren op elkaar en hun omgeving. In dit dynamische stelsel leiden zelforganisatie en diversiteit tot veerkracht en daarmee vitaliteit van het systeem als geheel. Als we ons her-inneren dat we al deel zijn van deze ecosystemen dan begint onze reis in de realiteit en stappen we uit de illusie van afgescheidenheid. Denken aan onszelf als deel van het (eco)systeem maakt ons deel van een alomvattende werkelijkheid en mede-actor voor de toekomst.
2. Benut de vrijheid op jouw plek voor een kan-wel
Jouw plek in de werkelijkheid is de plek waar jouw practise of change begint. Hier bepaal je bij elke stap, op elk moment hoe je bijdraagt aan gezonde/vitale verbindingen met de bodem/ het ecosysteem waar je deel van uit maakt. Je hebt altijd een deel vrije ruimte in je leven om bij te sturen, er is altijd een bijdrage die wèl kan, iets wat gezond is in de verbindingen waar je deel van uit maakt. Al doende creëer je zo kan-wels: stukjes van de toekomst die al gerealiseerd zijn in het hier en nu. Een in het leven gewortelde basis, doorleefde ervaringen. Doordat we kan-wels creëren en in verbinding met anderen en de omgeving stappen zetten verandert het geheel. Je bent in plaats van dader of slachtoffer een mede-actor van de toekomst geworden, dit geeft een positieve ervaring, zeggenschap.
Alleen in een concrete handeling van een persoon op een plek op een tijdstip kan je ervoor kiezen om iets anders te doen dan de dag ervoor. Daarvoor hebben we continu elkaar nodig om samen de norm te verschuiven. Met elke handeling beïnvloeden we elkaar een beetje: om te blijven doen wat we doen of om in beweging te komen op basis van nieuwe ideeën en mogelijkheden die we met onze creatieve kracht realiseren. (mierenpad)
3. Een innerlijk kompas
Om te weten wat ‘juist en gezond’ is in reactie op de huidige cultuur heb je een innerlijk kompas nodig. Een kompas dat onderscheid maakt tussen gezonde en ongezonde processen in onze cultuur. Het gemeenschappelijke Noorden is onze vitaliteit: het kompas moet ons kunnen vertellen hoe het met jouzelf gaat en met de vitaliteit van ons systeem aarde als geheel. Het kompas heeft verschillende windrichtingen, zodat we kunnen checken met welke verbindingen je te maken hebt en koers kunnen bepalen. Het kompas van het leven levert je de ontwerp-principes voor het systeem dat je wil bevorderen. Het laat ons zien hoe we een transformatieve cultuur en werkwijze kunnen ontwikkelen, hoe we samen kunnen leren en ons kunnen organiseren op een manier die voedend is en ons heelt van de eeuwenlange kolonisatie van ons systeem. Op persoonlijk niveau helpt het kompas om transitie te belichamen en onze eigen kan-wels te versterken.
4. Samenwerken aan een voedingsbodem
Als we verschillende positieve praktijken ‘kan-wels’ bij elkaar brengen en daar samen op reflecteren dan wordt zichtbaar welke krachten deze praktijken bevorderen en welke belemmerend zijn. De krachten maken zichtbaar wat versterkt kan worden zodat meer stukjes van de toekomst kunnen ontstaan. Zo kan je samenwerkingsstructuren creëren die fungeren als een voedingsbodem voor de kan-wels: plekken en netwerken van gelijkgestemden.
5. Narratief dat herinneren versnelt
Op basis van deze dagelijkse praktijken en menselijke ontmoetingen kunnen we interventies ontwerpen die makkelijk verspreiden (beeld en verhaal/taal), dan kunnen we op véél plekken en momenten tegelijkertijd een klein beetje beweging genereren en verschuiven we samen de norm.
Het verhaal over de mens als deel van het ecosysteem verschaft ons het collectieve verhaal (narratief) dat alle perspectieven en bijdragen omvat en bekrachtigt. In een ecosysteem heeft ieder organisme een eigen plek en is gelijkwaardig ten opzichte van elkaar, het geheel is sterk door de onderlinge verschillen en afhankelijkheden. De stroom van leven brengt continue verandering, verandering en veerkracht is de norm in tegenstelling tot verstarring. In onze netwerken brengen we mensen bijeen en werken we vanuit onze verschillende perspectieven en praktijken aan een gemeenschappelijke strategie. Zo creëren we in ons eigen sociale ecosysteem meer kracht om de bestaande structuren om te vormen. We hebben een gezamenlijk kompas en versterken elkaars handelen, waardoor het voor de losse individuen makkelijker wordt om in hun context de bestaande barrières om te vormen.
6. Samen een beweging bouwen
Als ‘system-convener’ kan je verder bouwen aan versterkende mechanismen: je kan bewust bepaalde mensen om tafel zetten omdat ze in hun praktijk bij kunnen dragen aan het versnellen van de nu nog kleine kan-wels en het versterken van hun voedingsbodem. Je kan samen je stem laten horen zodat zichtbaar wordt wat er maatschappelijk mogelijk wordt als je meer van deze kan-wels krijgt. Het beste werkt een positieve insteek: laten zien wat wèl kan vanuit beleidsmakers: welke interventies en/of beleidsaanbevelingen stimuleren en versterken de lokale praktijken? En hoe kan je van elkaar leren waardoor je eigen praktijk sterker wordt? Samen maak je het mogelijk om de fysieke en sociale context zo te beïnvloeden dat anderen vaker het gewenste gedrag kunnen vertonen.


