In de stroom van de natuur

Schors – gezicht van de tijd

Schors – gezicht van de tijd

Vallée de Chaudefour, mei 2007

We maken een wandelingetje met de kinderen. Oma is ook mee. We scharrelen wat rond en vinden een plekje voor een simpele picknick. Terwijl ik broodjes smeer kijk ik naar mijn moeder. Op haar ouder wordende gezicht zie ik de lijnen van haar verhaal. Denkrimpels op haar voorhoofd: een serieuze vrouw. Strakke lijnen rond haar mond: verbittering over haar voormalig huwelijk. Iets verbetens in haar kaak – pijn in haar heup en knieën. Lachrimpels om haar ogen – het vermogen te genieten. Vandaag zijn de rimpels bijna allemaal ontspannen, ze geniet van het voorjaarszonnetje, de natuur en de kleinkinderen.

De jongens rennen rond en vinden een omgevallen boom, waar de schors vanaf aan het vallen is. Ze peuteren en pulken eraan. Dan pakt mijn moeder één van de stukken schors. Er zitten precies op de juiste plek gaatjes: het is een masker! We spelen allemaal met de schors en worden een ander volk. Een natuurvolk met boomgezichten. De maskers lachen niet, maar zijn star en hard. We proberen met onze zakmessen, touw en elastiek echte maskers te maken, maar de natuurgezichten zijn te bros. Ze breken en brokkelen af. Erachter vandaan komen de heerlijk blozende gezichtjes van de kinderen en mijn blije moeder.

 

De Voorde, december 2012

Na mijn ervaring met Roodborst wandel ik door Landgoed Den Alenburg. Een oud landgoed vol beuken en eiken met enorme stammen. Ik kijk naar de eik die voor mij staat. De dikke schorslaag is gegroefd. De schors zelf is grijsbruin, en bespikkeld met verschillende soorten korstmos in allerlei tinten: grijs, grijsgroen, felgroen. Onderaan de boom tussen de wortels groeit haarmos en kussentjesmos in iepe, donkere tinten groen met een vochtig waas er overheen.

Net als mijn moeder heeft deze boom van alles meegemaakt, dat is zichtbaar: er is een grote tak afgezaagd of afgewaaid, de wond hiervan is dichtgegroeid en heeft een litteken achtergelaten. Er heeft ooit prikkeldraad om de boom gezeten, daar zie je nog de inkeping van en littekenschors dat de boom daar heeft gemaakt. Iemand heeft een letter in de boom gekerfd en van boven naar beneden loopt een vage lijn door de boom: een voormalige blikseminslag in deze eik.  De eik staat er ondanks alles vitaal bij. Begroeid met al dit levende mos, omzoomd door de mossen onderaan haar voet. Over de stam lopen mieren, wantsjes en onderaan zie ik pissebedden en springstaarten. In de takken een boomklever. Een levend geheel.

 

Rivier van leven

Ik wil net weer doorlopen en dan valt mij op wat er eigenlijk te zien is: de schors heeft een stromend patroon! Als je van onder naar boven kijkt zie je lijnen die door elkaar vlechten: twee lijnen komen bij elkaar en scheiden zich, de stroom gaat verder en kronkelt zich omhoog. Ik realiseer me hoe de schors het leven van de boom laat zien: elke laag schors is gevormd door de sapstroom die door de boom heen beweegt. Van binnenuit werd laag voor laag afgezet en naar buiten geduwd. De vorm van de boom is letterlijk een uitdrukking van het leven dat de boom tot nu toe heeft geleid.

In de schors zie je de ontwikkeling van deze boom. Een gestolde stroom van het leven. De buitenkant van de boom laat zien wie hij van binnen was: een stromend geheel. Dit stromende geheel is in interactie met de omgeving: hier heeft de omgeving letterlijk indrukken achter gelaten: de bliksem, het prikkeldraad, de letters zijn indrukken van anderen op de boom. De extra schors op deze plekken en het littekenweefsel is de reactie van de boom op hen. Al stromend door de seizoenen en de jaren en reagerend op wat er gebeurt ontstaat het unieke patroon in de schors van deze boom. Het gezicht van de boom.

Ik maak een foto van de boom en dan zie ik nog wat aan van deze boom. Er zit een hart ìn de stroom! De boom stroomt; het leven staat nooit stil. Daar is liefde gevat. De boodschap komt binnen.. Ik realiseer me dat in mijn eigen verstarde patronen óók liefde is gevat. Mijn patronen zijn ontstaan in de stroom van het leven. Alles stroomt altijd … In mijn harde gedachten over mezelf, de stevige structuren van mijn karakter voel ik iets hartelijks opkomen. De stroom in mijn hart herstelt zich en ik voel wat schors van me af vallen…

 

Meijendel, mei 2014

Ria en ik zijn in de duinen om te fotograferen voor de kaartenset. Een machtige boomstronk trekt mijn aandacht. De boom is van binnenuit vergaan, alleen de schors staat nog overeind: Een totem van het verleden. De blauwe lucht is te zien door de gaten. De eeuwigheid kijkt me aan door de holle ogen. De stroom van dit leven is gestopt. Door de gaten in de schors kijk ik in de toekomst: hier zie ik een jongvolwassen boom in volle glorie staan. Tussen mijn voeten lopen mieren. Glanzende houtmieren om precies te zijn. Hun typische citroen-afwasmiddelgeur dringt in mijn neus. Ze graven gangen tussen de wortels van de dode boom, hebben paden in alle richtingen naar hun voedingsbronnen in de bomen om ons heen. De boom leeft voort in de eeuwige stroom van het leven.