Organisatie in transitie

Spelregels voor organiseren als ecosysteem

Spelregels voor organiseren als ecosysteem

Transitie is ont-leren

Transitie betekent ‘overgang’ zoals ik beschreef in ‘herinneren als sleutel voor transitie’. Bij de overgang van de bestaande situatie (blauwe ijsberg) naar een nieuw systeem (groene ijsberg) horen nieuwe spelregels en gedrag  dat past bij een overgangssituatie. Bijvoorbeeld dat we accepteren dat we niet alles weten, maar in een gezamenlijk leerproces zitten.

 

Spelregels voor organiseren als ecosysteem

Tijdens transities zijn we op zoek naar een ander ‘binnenwerk’: fundamenteel andere gedachten en gewoontes die het DNA kunnen vormen van een nieuwe samenleving, gebaseerd op andere normen. Hieronder staan een aantal spelregels die helpen in dit leerproces. De spelregels zijn gebaseerd op basisregels uit de natuur zoals ‘accepteren wat er is’, ‘autonomie & verbinding” en ‘groeien in reactie op elkaar’. Op het moment dat we ons deze natuurlijke ‘gedragscode’ herinneren start ons (ont)leren. Al doende groeien we zo naar een systeem waarin de verbinding met onze omgeving hersteld is.

 

Basisregel: Stel je oordeel uit

Oordelen is wat we doen vanuit onze cultuur: we leren van kleins af aan wat ‘goed’ of ‘fout’ is. Het goede leidt tot sociale beloning: liefde, erbij horen en het ‘foute’ leidt tot sociale uitsluiting: straf, alleen komen te staan. Oordelen op basis van de groepsnorm is handig omdat je daarmee zekerheden organiseert: je weet waar je onderling op kan rekenen en misbruik van de groep wordt gestraft.

In tijden van transitie zitten onze oordelen ons vaak in de weg: onze norm is verouderd, dus helpt ons niet om over het nieuwe te leren. Je oordeel uitstellen helpt wel: dat geeft namelijk de tijd en ruimte om met nieuwe ogen naar de situatie te kijken en je bewust te worden van je eigen oude gedachtepatronen.

Jezelf en de anderen zien als deel van een ecosysteem helpt om niet te oordelen. In de natuur ‘is’ iedereen er zoals die is. In de natuur is radicale inclusiviteit. Een buizerd heeft geen oordeel over een paardenbloem en vice versa. De natuur ‘cancelled’ geen ‘anderen’, maar neemt het zoals het is. Elk organisme heeft zijn natuurlijke plek, een unieke rol die gebaseerd is op specifieke eigenschappen.

Als we ons oordeel uitstellen dan wordt een groep veiliger. We hoeven minder bang te zijn voor elkaars oordeel en daardoor ontstaat een bedding voor iedereen om zichzelf te zijn en open te communiceren.

 

Actieregel: Doe wat wèl kan

In een ecosysteem heeft iedereen zelfbeschikkingsrecht: alle dieren en planten hebben de vrijheid om keuzes te maken. Deze keuzes vinden altijd plaats binnen beperkingen van de omgeving: bijvoorbeeld schaarse middelen, negatieve reacties van andere planten of dieren. Dit nodigt uit tot creativiteit: je kwaliteiten benutten en vanuit jouw plek een rol pakken die je past: iets doen waar jij nou net goed in bent. Met dat wat er is zet je de stappen die jij nodig vindt vanuit jouw perspectief.

Doen wat wèl kan is een vitale sturende kracht: als je als een konijntje verlamd blijft kijken in de koplampen dan weet je zeker dat het een keer mis gaat. Als je in beweging komt op jouw manier dan neem je in ieder geval het heft in eigen hand, je gebruikt je autonome kracht. Het gebruik van je eigen kracht maakt positieve energie los. Het geeft zelfvertrouwen en geeft het vertrouwen dat je al doende de toekomst in kan leren.

In de natuur gaat het altijd om veerkracht: als je kleine aanpassingen kan doen en kan meebuigen dan overleef je makkelijker, als je verstart en verhard, dan breekt er eerder iets af.

Zie jezelf en de ander dus steeds als ‘vrije actor’: Doe wat je zelf of samen wèl kan doen vanuit wat hier, nu al aanwezig is. Wat is een eerstvolgende stap die we nu zelf kunnen zetten?

 

Organisatieregel: koers samen op vitaliteit

De evolutionaire regel voor de ordening van de organisatie is: Richt je op “overleven” en “bevorder vitaliteit”. Denk bijvoorbeeld aan ons eigen lichaam: om gezond te blijven moeten cellen hun eigen taken goed uitvoeren en goed samenwerken in weefsels en organen. Het overleven van het gehele lichaam heeft prioriteit en gaat boven het individuele belang van losse cellen: dit gemeenschappelijke vitale doel houdt de boel bij elkaar.

In plaats van één leider die bepaalt wat alle cellen moeten doen is het leiderschap verdeeld. Cellen kunnen zelf ‘besluiten’ nemen over de uitvoering van hun taak. Niet iedereen doet alle taken en weet alles over het hele organisme. In alle samenwerkingen is er autonomie en onderlinge afhankelijkheid: er zijn duidelijke afspraken over wie wat doet in de organisatie en waar die rol te vinden is. Huidcellen, spiercellen en zenuwcellen hebben een andere vorm en zijn op andere plekken te vinden.

Als je teveel je eigen gang gaat valt het geheel uit elkaar. Invasief gedrag of cellen die alleen voor zichzelf gaan worden gecorrigeerd door de groep. Verbindingen die giftig zijn en meer kosten dan ze opleveren verbreek je als cel om jezelf gezond te houden. Voedende verbindingen geven je energie en daar ga er dus meer van opzoeken zodat je kan groeien.

Besluiten worden in een organisme genomen op basis van een wederzijdse ‘instemming’. De gezondheid van de organisatie ontstaat uit de mogelijkheid om blijvend op elkaar te reageren: er wordt steeds opnieuw op de omstandigheden gereageerd en gecheckt of de delen en het geheel op een vitale koers zijn. Als er voldoende aan ieders behoeften is gedacht dan geven de onderdelen elkaar een positief signaal: er zijn geen delen meer die een zwaarwegend bezwaar hebben tegen deze situatie. op dat moment is er een ‘besluit met consent’: de gezondheid van zowel de onderdelen als het geheel zijn geborgd.

 

Communicatieregel: spanningen zijn informatie

Iedereen is een zintuig van het systeem èn een actor. Wat jij waarneemt op jouw plek is relevante informatie voor het systeem. Als jij niet lekker gaat dan zegt dat zowel iets over jou als over het ecosysteem als geheel. Kennelijk is het stelsel van verbindingen tussen jou en je omgeving niet optimaal ingeregeld om vitaal en gezond te zijn: ergens stroomt het niet lekker.

In de natuur leren organismen door op elkaar te reageren. Middels feedback wordt geleerd: de delen geven elkaar informatie over de situatie in hun deel. De natuur is hierin radicaal transparant: open en eerlijk communiceren is vitaal. Het antwoord wordt gegeven door aanpassingen te doen en te blijven reageren op nieuwe situaties.

Bijzonder aan deze spelregel is dat je vanuit jouw plek in het systeem een belangrijke rol hebt voor het systeem als geheel. Jij alleen kan voelen of op jouw plek de levenskrachten in balans zijn. Als dat niet zo is voel je een ‘spanning’: ergens klopt het niet voor jou. In de natuur zijn dit soort spanningen niets anders dan informatie. Kennelijk is er een behoefte waar niet aan wordt voldaan.

Eerste stap om te leren van spanningen is om te erkennen dat je een spanning ervaart. Vervolgens ga je op onderzoek uit: Wat is het verschil tussen jouw verwachting en de werkelijkheid? Het ligt niet altijd aan de ander dat jij je ongemakkelijk voelt: het kan zijn dat je een ‘oude’ norm in je hoofd hebt waar je nu mee geconfronteerd wordt, jouw norm is niet voor iedereen ‘normaal’. Vraag je af wat je eigen behoefte is: wat heb je nodig om weer ‘aan’ te zijn? Tweede stap is dat je je spanning uitspreekt naar anderen om je heen.

Bij inbrenger en luisteraar rond een spanning is het de kunst om nieuwsgierig te blijven naar de ruimte tussen jullie in. Het gaat niet om een persoonlijke beschuldiging of de ander zover krijgen dat die precies aan jouw eisen voldoet. Het gaat om een lopend onderzoek: Je bent samen op zoek naar informatie die je verder brengt. De boodschappen en de kleine aanpassingen over en weer leiden tot een nieuw evenwicht.

De uitwisseling van informatie naar aanleiding van spanningen leidt vaak tot nieuwe inzichten. Het blijkt meestal niet te gaan om het inhoudelijke punt dat als eerste wordt ingebracht, maar om er achter liggende behoeftes en intenties. Door dit boven water te krijgen ontstaan vaak een ander soort oplossingen dan je aanvankelijk dacht. In plaats van een win-verlies situatie ontstaan er nieuwe mogelijkheden. Als dit zo is voel je vaak opluchting: de levensenergie kan weer stromen, je kan toch weer samen door één deur. Zo evolueert een natuurlijk systeem al lerend naar een nieuw en gezonder evenwicht.

 

Groeiregel – oplossingen laten ontstaan

Alle onderdelen van het systeem reageren op elkaar. Daardoor is de uitkomst al gauw onvoorspelbaar. Deze onbekendheid is nodig, want als we ‘het nieuwe’ bedenken op basis van wat we nu weten dan zouden we teveel van het oude denken meenemen de toekomst in. Transitie is geen overzichtelijk project dat we ‘van bovenaf’ onder controle hebben maar een proces.

Om iets nieuws te ontwikkelen is ruimte en tijd nodig voor ‘niet-weten’, je laat ‘de oplossing’ los. Die oplossing ontstaat uit het stap voor stap reageren op elkaar. Vanuit radicale inclusiviteit (niet oordelen) accepteer je wat er gebeurt in elke stap. Daarvoor is het nodig erop te vertrouwen dat er altijd oplossingen ontstaan die we nog niet kennen. Als iets ‘mislukt’ dan is dat ‘nieuwe informatie’ en besluit je wat op dat moment nodig is. In plaats van vertrouwen op controle vertrouwen we op reactievermogen: de mogelijkheid om je steeds weer aan te passen.

Een tweede groeiregel is dat iedereen mee kan doen. Alle personen die meedoen voegen nieuwe levensenergie en kwaliteiten aan het geheel toe, waardoor het potentieel van het geheel groeit. Zo verschuiven we langzamerhand de grenzen van wat mogelijk is en kunnen nieuwe structuren ontstaan.

Nieuwsgierig wat dit in de praktijk betekent? Kijk dan eens naar de werkwijze van Lekkernassûh of het DNA van Ons Eten.