Als mens en als organisatie zijn we ‘in transitie’: we verkeren in een overgangssituatie waarbij steeds duidelijker wordt dat we niet door kunnen gaan zoals we gewend zijn èn ons nog nauwelijks voor kunnen stellen hoe het dan wèl kan.
Onze huidige systemen zijn gebaseerd op het denken in onderdelen; we zijn steeds knapper geworden in het maken van allerlei machines om de natuur onder controle te krijgen. Vaak kijken we daarbij meer naar de losse delen dan naar het geheel. Hierdoor missen we de samenhang die er óók nog steeds is.
Zo kon het gebeuren dat landbouwonderzoekers doordat ze steeds meer leerden over chemie als oplossing voor problemen van dat moment ook steeds meer keken naar snelle groei en opbrengst van gewassen. De opmars van kunstmest en bestrijdingsmiddelen was toen een antwoord op arme zandgronden waar het moeilijk telen was, een antwoord op het voorkomen van honger na de Tweede wereldoorlog. Langzamerhand werd de chemie het belangrijkste verhaal en dreigde de biologie van de bodem vergeten te worden. Hierdoor werd de bodem meer en meer gezien als een bak zand en minder als een ecosysteem. Inmiddels herinneren steeds meer boeren en wetenschappers zich gelukkig dat deze manier van kijken de vele verbindingen tussen het bodemleven en de gezondheid van gewassen over het hoofd ziet.
Zelf zijn we ook vaak onze verbindingen vergeten: als we in de supermarkt staan realiseren we ons niet wat er allemaal schuilgaat achter ons eten. We zien kleurige verpakkingen, maar waar het van gemaakt is en waar het vandaan komt is een raadsel. Zo realiseren we ons dus ook niet wat onze impact is op ecosystemen en mensen aan de andere kant van de planeet, bijvoorbeeld dat er regenwoud gekapt wordt voor palmolie die gebruikt werd voor een koekje. Zelfs als we naar de ingrediënten van onze koekjes kijken hebben we nog geen idee waar het over gaat: je moet wel heel goed geïnformeerd zijn om te weten waar ‘gemodificeerd zetmeel’ vandaan komt of ‘glucosestroop’.
Bij Voedsel Anders hebben we dit kompas expliciet gemaakt voor ons Voedselsysteem. We hebben gemerkt dat het stellen van vragen vanuit een nieuw kompas minder discussies oproept dan het noemen van concrete oplossingen.
Het kompas herinnert aan de verbindingen in het voedselsysteem, het schrijft niet voor hoe je dingen moet doen, maar biedt de basisvragen om koers te houden. Het nodigt uit om stappen te zetten richting een voedselsysteem dat past bij het leven. Je kan het benutten vanuit elke rol en plek, of je nou beleidsmaker bent, boer of initiatiefnemer: onderstaande vragen helpen je te oriënteren:
- Hoe draagt dit bij aan een gezonde bodem, biodiversiteit, water en klimaat als basis voor ons voedsel? Herinnering: voeding en ecosysteem zijn één.
- Past deze vorm van landbouw/productie bij de lokale omstandigheden en leidt dit tot meer diversiteit, vitaliteit en veerkracht? Brengen de methoden geen schade toe aan andere mensen, natuur hier en elders of het milieu?
- Hebben we de natuur beschermd voor nu en later voor iedereen? Is er toegang tot en zeggenschap over grond, water en genetisch divers vee & zaden en zijn de lokale natuurlijke hulpbronnen beschermd?
- Is het eerlijk delen? Wederkerig? Hoe ziet het socio-economische ecosysteem eruit: vergroot dit de kans op een beter inkomen, stabiele en eerlijke prijzen, het ontstaan van voedselgemeenschappen, samenwerken, verbinding tussen boeren en burgers en v.v.?
- Hebben we er wat over te zeggen? Zelforganisatie of opgelegde macht? Worden we hiermee niet afhankelijk van één partij/geldstroom? Worden de rechten, de kennis en de noden van de mensen die het voedsel produceren en consumeren gerespecteerd? Is er voldoende zeggenschap/invloed geborgd op prijs en kwaliteit voor degenen om wie dit gaat?
- Zijn we inclusief? Hoe gezond zijn de onderlinge verbindingen/samenwerkingsrelaties? Zijn de relaties wederkerig; wordt er gedeeld?


