In de stroom van de natuur

Een magische ervaring van het weefsel

Een magische ervaring van het weefsel

Eind september 2015, ik ben op weg naar de maanvrouwengroep in het bos. Tussen de duindoornstruiken, meidoorns en kardinaalsmutsen hangen spinnenwebben. Ze zijn doorschijnend en meestal onzichtbaar. Deze keer trekken ze mijn aandacht: door de manier waarop de zon ze aanlicht zijn het weefsels van Licht. Met hun onvoorstelbare schoonheid verbinden ze alles in het landschap. Ze glinsteren met iriserende regenboogjes tussen de struiken, hun draden verbinden de struiken en planten om mij heen.

We vinden onze plek tussen de bomen. De inmiddels donkere hemel laat sterren zien, wolken vliegen over onze hoofden. Aan de horizon het vage schijnsel van de stad, weerkaatst in de wolken boven ons. Een omgevallen boom is onze bedding, we zitten tussen haar takken op de grond. De takken zijn als armen om ons groepje heen  met enkele takken boven ons als koepel. We verbinden ons met onszelf, voelen onze lichamen, drummen met trilling de patronen uit ons aura die we niet meer nodig hebben. We onderzoeken ieder voor onszelf de relaties om ons heen. Welke relaties in mijn leven zijn voedende relaties en welke zijn niet voedend? We hebben de mensen met wie we deze relaties hebben in ons hoofd, maar vragen Meijendel om raad. We lopen individueel rond door het bos en laten de natuur ons haar verhaal vertellen: er zijn plekken waar de kamperfoelie en de bosrank een verhaal vertellen over verstikkende verwarrende relaties. Plekken waar de eiken hun autonome kracht laten zien. Als we genoeg inzicht hebben gekregen in onze eigen relaties komen we terug in de cirkel. We delen onze inzichten en voeden ons met de informatie over wat ondersteunende relaties eigenlijk zijn, hoe het voelt als het weefsel van relaties om je heen voedend is. Om onszelf de komende tijd steun te geven vlechten we een mandje/nestje van gras. Dit nestje zal ons dragen naar een volgende fase van relaties. Het donker en de tijd namen ons verder mee en zo ontstond tussen ons een lied over het levensweb, ons vertrouwen in de verbindingen, dat we één geheel zijn. Met een grote oerkreet vloog al deze verbindende energie van deze vrouwen het Universum in.

Een week later fiets ik Meijendel weer in, het is een zonnige dag begin oktober. Ik ben met een vriendin, we laten ons roepen door de plek waar we nu gewenst zijn en komen terecht in het zanderige zonnige deel waar veel duindoorns staan. We lopen een cirkel en begroeten de duindoorns om ons heen: stuk voor stuk anders. Individuen, vitale wezens vol glanzend oranje bessen. Gevuld met het licht van de zon en de vitaliteit van deze plek.

Ik ga in het midden van de cirkel zitten en leg mijn steen op de grond. Het is een ronde schijf: als je haar in het licht beweegt dan zie je de lichtpuntjes bewegen, een sterrenhemel waar door het donker heen altijd licht schijnt. Ik leg mijn derde oog op de steen en zie hoe de poort naar de andere wereld zich opent.

Onder ons in de aarde verschijnt een kring van vrouwen. Ik zie ze met mijn derde oog, ze zijn in de aarde onder ons, ze dragen kleren in levendige rood-groene tinten in tegenstelling tot het wit-blauwe dat ik inmiddels ken van Nehalennia. Ze zijn wel doorvoed, hebben appelige wangen, grote borsten en glanzende ogen. Ze doen me denken aan Vrouw Holle. Het zijn moederlijke figuren die in overvloed zorgen voor alles wat je voedt: warme bedden met zachte kussens, broden zo geurig dat alleen de geur je al voedt, sappige appels en andere vruchtbare zaden. Ze voeden de kinderen van Moeder aarde.

De kring vrouwen stelt zich voor als de cirkel van priesteressen van Avalon, het vergeten moederland. Ze zijn met dertien. Ze nodigen ons uit in hun veld. Ze houden een groot net vast – een weefsel van draden loopt door hun handen. Ze laten zien dat het weefsel reparaties nodig heeft, er zijn grote scheuren en gaten ontstaan. Ze vragen ons om het weefsel samen te herstellen. We helpen hen: we bevestigen extra draden, mazen de gaten. Samen nodigen we Kennis en Wijsheid uit in het weefsel. We weven, spinnen draden en zingen en neuriën om het weefstel te verstevigen met trilling. Er verschijnen wezens van Meijendel die helpen om het nieuwe web van Licht goed vast te maken. Als het werk gedaan is nodigen de priesteressen ons uit om in het net te stappen, ons door hen te laten wiegen.

We dalen af en gaan liggen in het web. Onder het web zien we nu het Grote Getij, de grote zee, hier lopen enorm grote draden als kabels zo groot. We zien hoe we samen met de Priesteressen de naden in het web hebben hersteld. De priesteressen van Avalon, Appelland, staan lachend om de cirkel. Wij liggen in het web, de mand en worden door hen gewiegd, omhoog gegooid en weer opgevangen. Plezier, overgave: Zijn. De zon schijnt haar koesterend warme licht op onze lichamen. We doen wat kleren uit en laten giechelend de zon schijnen op onze blote borsten en yoni’s.

We Zijn – liggend in het zand, in de schoot van moeder aarde. Ik voel mildheid naar mezelf, wat een feest! Ik voel me nederig: ik ben klein in deze dimensie. Ik weet het hier niet. Maar wat ik wel weet is dat ik Eén ben met dit; deel van deze cirkel, net als de vriendin met wie ik vandaag gekomen ben en enkele andere gezichten die ik herken heb in de kring. Zo weven wij het web van Licht en zijn onderdeel van dit geheel. Ik kan mijn handen vertrouwen, mijn stem vertrouwen als ik me over geef in dit soort momenten.

We weten omdat we voelen – onze lichamen weten wat voedend is en wat niet. De natuur glimlacht naar ons: Blauwvleugelsprinkhanen komen onze blauwe ogen gedag zeggen en zagen dat het goed was. Ik ben dankbaar voor de verbindingen door de dimensies heen, over de grenzen van de soorten. We verankeren de ervaring en stellen ons voor hoe de toekomst voelt nu dit weefsel hersteld is: hoe zou dat voelen over een week, over een maand en hoe kan dit zich ontwikkelen in een jaar tijd?

We plukken een paar duindoornbessen en genieten van hun wrang-zure smaak vol vitamines. In de winter zal dit licht ons voeden met haar vitale stroom.