Samenleving in verandering

Rouw en angst

Rouw en angst

2019 stond voor mij in het teken van ‘het loslaten van de angst om te vallen’. Vaak vinden we het moeilijk om onze vaste structuren, ego en andere zogenaamde zekerheden los te laten. Als je op het punt staat om het anders te gaan doen dan je gewend bent, dan ervaar je een angst om los te laten. Dit is een interessant punt om bij stil te staan. Het punt waarop je echt geconfronteerd wordt met transformatie van wat er nu is, naar iets nieuws, onbekend. 

Persoonlijk betekende mijn angst loslaten om te vallen dat ik me sinds dit jaar bijna overal voorstelde als sjamaan. Dit was heel leerzaam. Leerzaam omdat ik hierdoor mijn eigen angst om te gaan staan voor wie ik ben leerde overwinnen en geconfronteerd werd met mijn verhalen over mezelf. Iemand die denkt dat ie sjamaan is neem je niet serieus als beleidsconsultant of transitie-deskundige? Leerzaam ook om de reacties van anderen te horen: hun vragen en reflecties leerden me vertellen wat een sjamaan naar mijn idee is en doet. Elke keer dat ik de moed had om kleur te bekennen werd het makkelijker om een volgende stap te durven zetten. Te doen wat ik te doen heb, te durven zeggen wat ik te zeggen heb. Zonder me daarbij in bochten te wringen om aan de verwachtingen van een ander te voldoen. Recht gaan staan in mijn eigen wortels en mijn plek innemend. Als de bomen om mij heen – ook zij staan op hun plek en blijven staan – wat er ook gebeurt.

Het loslaten van de angst ging ook over het loslaten van de angst om te durven voelen wat de veranderende samenleving met mij doet. In november 2018 tijdens de eerste driedaagse van het Innovatielab ‘Voor de Oogst van Morgen overviel mij op een gegeven moment een groot gevoel van verdriet en wanhoop. Ik zag hoe wij met 90 gemotiveerde mensen over de voedseltransitie spraken. En ik zag hoe weinig bewegingsruimte ieder van ons heeft. We zitten allemaal op een bepaalde manier vast in ons hokje. Er is niet Iemand die het Roer Om Kan Gooien. We kunnen alleen maar allemaal kleine stapjes zetten vanuit onszelf. De Overheid gaat Het niet doen, daarvoor is er te weinig politieke ruimte. De Politiek gaat Het niet doen, daarvoor is er teveel (economische) afhankelijkheid. Wij zelf gaan Het niet doen, daarvoor is er teveel context die ons laat doen wat we altijd al deden (bijvoorbeeld naar de supermarkt gaan en ingaan op ‘aanbiedingen’, terwijl we weten dat dat niet klopt met wat we weten dat goed is voor de aarde en elkaar). De bedrijven gaan Het niet doen, want zijn geënt op het eeuwige groeien en worden door de concurrentie met andere bedrijven beperkt in hun bewegingsruimte.

Kortom – ik voelde hoe groot de kans is dat uiteindelijk de wal het schip gaat keren. Ik weet niet hoe het eruit ziet: een economische crisis? Versnelde klimaatverandering met waterstromen? Biodiversiteit die zo rap afneemt dat onze oogsten mislukken? Of alles tegelijk? Ik weet het niet, maar ik heb het afgelopen jaar beleefd alsof er een groot onheil boven ons hoofd hing. Een onafwendbaar onheil dat me bang maakt, verdrietig, boos omdat ik notabene al 30 jaar aan het milieu werk en regelmatig het gevoel heb dat er ‘niemand’ naar me luistert.

Wat ik hiermee heb gedaan is zitten. Huilen – boos zijn, rouwen. In de eerste helft van het jaar was ik bijna elke ochtend bezig met zitten – voelen – verdriet en onheil voelen. Ik heb veel met mensen gesproken over rouw. Over ontkenning en hoe het je helpt. En… geleerd. Geleerd dat iedereen zijn of haar eigen manier heeft om om te gaan met de angst die de huidige tijd met zich meebrengt. Geleerd dat ontkenning dus ook een manier is om met je angst om te gaan. Geleerd dat polarisatie dan een logisch gevolg is. Dat bange en ontkennende mensen dat niet voor hun lol doen, maar omdat ze vanuit wie ze zijn en waar ze staan bijna niet anders kunnen. Ze zijn bang om te vallen. Bang om alles kwijt te raken wat naar hun gevoel zekerheid geeft. 

Verder heb ik geleerd hoe rouw voelt. Hoe conflict en woede in mij voelt. En dat er steeds iets geks aan de hand is. Als ik de tijd nam om te rouwen en die zogenaamde negatieve emoties te ervaren, dan lag er achter de tranen en het verdriet ook altijd liefde, zachtheid en diep vertrouwen. Huilend op de grond voelde ik de patronen in mij afbrokkelen, ze composteerden, werden opgevangen in een vruchtbare schoot van Moeder Aarde. Door de afbraak en rouw te ervaren als composteren is er in mij vertrouwen ontstaan dóór de dood heen. Wat dood gaat en afgebroken wordt is compost, bouwstof voor nieuw leven.

Dood gaan en afsterven is ‘alleen maar’ een overgang naar een andere plek. Of je nou gelooft dat we met onze ziel naar een andere dimensie gaan of alleen maar materie zijn. Voor onze ‘vaste’ structuur, ons lichaam blijft dezelfde waarheid gelden: je komt uit de aarde en gaat er naar terug. Je transformeert. Dat heb ik nu dieper gevoeld. Door te durven vallen, door al die donkere nare dingen toe te durven laten. Ik deed dat door mezelf en mijn emoties te dragen in de bedding van mijn bekken en mijn buik. Wetende dat er onder mij de aarde is die mij weer draagt. Wetende dat er door dit alles heen een bron is die altijd stroomt, een bron van leven die een groot mysterie is en blijft. Ook na de dood – de grote Ramp of whatever er op ons pad komt.

Nu merk ik hoe krachtig dit is – het pad door het donker – het niet weten – het steeds opnieuw aanwezig zijn bij wat is. De woorden zijn bekend – nu ook doorleefd.

En zoals altijd als je aan de binnenkant verandert, dan verandert er ook iets aan de buitenkant. Ik ontmoette anderen die hiermee bezig zijn. Op Remembrance Day for Lost Species (30 november 2019 in Artis) gaf ik met Véronique van Gelderen een rouw-workshop. Samen met bereidden we ons voor in de aquarium-ruimte waar we de workshop mochten geven. We maakten contact met alle vissen om ons heen. In de workshop werden we door hen meegenomen in de zee. De grote zee waaruit alles is voortgekomen en waar we misschien weer in verdwijnen. We lieten onszelf kopje onder gaan in de emoties – voorbij alle controle en maakten intuïtief geluid (sounden) om onze gevoelens de ruimte te geven. Er werd gehuild – hartstochtelijk – en gezoemd – gezongen. We waren één met de zee, met elkaar, de vissen. We voelden ons zacht, liefdevol, gedragen en verdrietig. Het voelde helend. De vissen waren dankbaar dat we mèt ze waren. Eindelijk weer gevoeld en gezien. 

Het hele proces van angst, rouw en verdriet heeft me gesterkt. Gesterkt, waardoor ik minder bang ben voor wat gaat komen. Me vrijer voel – meer op mijn plek – vol vertrouwen dat het leven me draagt. Juist dóór dit punt heen kan voelen dat vallen niet het einde is van alles, maar een transformatieve reis naar een nieuwe manier van aanwezig zijn.

Er is natuurlijk nog veel meer gebeurd met mij in 2019, maar deze rouw is een laag waarvan ik vermoed dat we er meer van gaan voelen en zien de komende jaren. De komende dagen – met midwinter – gaan we samen weer opnieuw door het dieptepunt van de duisternis. Ik ben benieuwd wat er op ons pad ligt in 2020.

Aho!